Te laat met betalen

Heeft u uw aanslag niet binnen de geldende termijnen betaald en geen uitstel van betaling gekregen, dan kan SVHW overgaan tot (dwang)invorderingsmaatregelen. Dit kan uiteindelijk leiden tot beslaglegging op uw inkomen, banktegoeden en/of (on)roerende zaken. Aan deze maatregelen zijn hoge kosten verbonden, die bij u in rekening worden gebracht.

Invordering

Voor gemeentelijke- en waterschapsbelastingen zijn dezelfde wetten van toepassing als voor de rijksbelastingen. Deze wetten zijn onder andere:

  • de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen (AWR);
  • de Invorderingswet 1990;
  • de Kostenwet invordering rijksbelastingen;
  • het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering.

Invorderingsmaatregelen

Deze wetten zijn van toepassing op SVHW, dat namens het Waterschap, RAD en gemeenten de belastingen int. Daarom is het voor SVHW niet nodig om voor het invorderen van een aanslag de kantonrechter in te schakelen. SVHW kan zelf overgaan tot het uitvaardigen van een dwangbevel en het invorderen daarvan. SVHW heeft daarbij dezelfde rechten als de belastingdienst.

Aanmaning

Is een aanslag niet op de vervaldag betaald, dan stuurt SVHW een aanmaning. Een aanmaning is de eerste actie van de dwanginvordering. U krijgt dan nog de gelegenheid om binnen 14 dagen te betalen. Voor de aanmaning brengt SVHW kosten in rekening:

  • € 7,00 bij een gevorderd bedrag tot € 454,00;
  • € 16,00 bij een gevorderd bedrag van € 454,00 of meer.

Dwangbevel

Als u een aanmaning niet betaalt dan vaardigt SVHW een dwangbevel uit. Een dwangbevel is een officieel stuk dat SVHW via de post aan u ter kennis brengt. Dat ter kennis brengen noemen we “betekenen”. Voor het betekenen worden kosten in rekening gebracht. Deze kosten zijn afhankelijk van het bedrag dat u moet betalen, maar bedragen minimaal 40,00 euro.

Andere (dwang)invorderingsmaatregelen

Als u ook het dwangbevel niet betaalt, kan worden overgegaan tot andere (dwang)invorderingsmaatregelen. Dit kan uiteindelijk leiden tot beslaglegging op uw inkomen, banktegoeden en/of (on)roerende zaken. Aan deze maatregelen zijn hoge kosten verbonden. Deze kosten zijn voor uw rekening.

Bent u van mening dat de beslaglegging of executie van de in beslaggenomen zaken onjuist en/of onterecht is, dan kunt u in verzet komen. Dit kan bij de rechtbank van het arrondissement waarbinnen u woont of gevestigd bent (artikel 17 van de Invorderingswet 1990).

Het verzet kan niet zijn gegrond op de stelling dat het aanslagbiljet, de aanmaning of het dwangbevel per post niet is ontvangen, tenzij u dit aannemelijk kunt maken (artikel 7 van de Kostenwet invordering rijksbelastingen). Het indienen van een verzet leidt niet automatisch tot uitstel van betaling. Bovendien kan het verzet niet zijn gegrond op de stelling dat de belastingaanslag ten onrechte of tot een te hoog bedrag is vastgesteld.

Bezwaar en beroep tegen invorderingskosten

Bent u van mening dat de kosten van een aanmaning, dwangbevel of hernieuwd bevel onjuist en/of onterecht in rekening zijn gebracht, dan kunt u schriftelijk bezwaar indienen. Stuurt u dit bezwaar aan de invorderingsambtenaar van SVHW, Postbus 7059, 3286 ZH Klaaswaal. Het indienen van een bezwaarschrift tegen de invorderingskosten schort alleen de betaling van de invorderingskosten op en niet het verschuldigde belastingbedrag.

Het bezwaarschrift kan niet zijn gegrond op de stelling dat u het aanslagbiljet, de aanmaning of het dwangbevel niet heeft ontvangen, tenzij u dit aannemelijk kunt maken.

Wanneer u het niet eens bent met de uitspraak op uw bezwaar, dan kunt u binnen zes weken na dagtekening van de uitspraak een beroepschrift indienen bij de Rechtbank Rotterdam, Sector Bestuursrecht, Postbus 50951, 3007 BM Rotterdam. Voor het instellen van beroep is griffierecht verschuldigd. De griffier van de Rechtbank kan u hierover verder informeren.

Om goed te kunnen functioneren gebruikt deze website cookies. Melding sluiten